6 FINALE
6.1 THEORIE IN PRAKTIJK (Reprise)
In het voorgaande constateerden we al, dat de twee vertalers van Sweeney niet vanuit één of andere theorie werken. Zo zijn de vertaaltheorieën m.i. ook niet bedoeld. De theorieën proberen het geheel van teksten en vertalingen in een structuur te plaatsen, aan de hand waarvan eventueel een waardeoordeel over de vertaling kan worden uitgesproken. Nogmaals, het is niet mijn bedoeling om zo'n waardeoordeel uit te spreken. Beide vertalingen blijken te functioneren in de doelcultuur, waarmee een overeenkomst tussen de geschetste theorieën bewaarheid wordt. Ook is het mogelijk dat een vertaler van zin tot zin (of tekstdeel tot tekstdeel) heen er weer springt tussen de diverse theorieën. Vaak hangt dit af van de hoeveelheid problemen die een bepaalde tekst oplevert. De ene keer zal de vertaler zeer creatief moeten zijn om de originele lading te kunnen dekken, de andere keer is de brontekst zonder meer over te zetten naar de doeltaal.
Het is voor de vertaler vaak een heel gepuzzel om alle elementen op een (voor hem) aanvaardbare wijze over te brengen naar de doeltaal, zeker als de schrijver van de brontekst ook ‘puzzelt’ tijdens het schrijven. De vertaler heeft bij het vertalen van liedjes, ondanks de (tekstexterne) beperkingen veel vrijheid, die leidt tot vele keuzes, waardoor twee vertalingen zelden op elkaar lijken.
6.2 EISENPAKKET
Op basis van hoofdstuk 3 en 5 is er een ‘eisenpakket’ samen te stellen; een lijst van punten waar de vertaler goed op moet letten bij het vertalen van musicalliedjes:
- De vertaler moet zich verdiepen in de schrijfstijl van de brontekstauteur.
- De rijmschema's moeten in overeenstemming zijn met het origineel.
- Door het gering aantal woorden is ieder woord van belang en moet dus voor het vertalen naar waarde worden geschat: Hoe belangrijk is dit deel binnen het geheel (b.v. het hele lied of de hele musical).
- Aan het ritme en notenbeeld mag niet getornd worden.
- Registerverschillen in de brontekst moeten, waar mogelijk en indien de doeltaal dat toestaat, worden gehandhaafd.
- De klank moet zoveel mogelijk lijken op die van de brontekst.
- De belangrijkste betekeniselementen (‘sleutelwoorden’) dienen gehandhaafd te blijven. De overige betekeniselementen kunnen worden aangepast binnen de context of elders terugkomen, zolang binnen het lied de oorspronkelijke eenheid, verhaallijn of boodschap bewaard blijft.
- Metaforen dienen zo veel mogelijk gehandhaafd te blijven.
- De vertaling moet goed te volgen zijn. Het moet niet zo zijn dat het publiek te lang moet nadenken over wat er nu eigenlijk gezegd wordt.
- De vertaalde liedtekst moet goed uit te spreken zijn, uitgaande van het voorgeschreven tempo, ritme en notenbeeld.
- De vertaling mag niet inventiever of leuker zijn dan het origineel.
- De vertaling moet correct Nederlands zijn.
Nu nog een kleine handreiking voor degenen die in paragraaf 7.4 de fragmenten gaan vergelijken. Als je steeds een zin uit de vertaling naast het orgineel legt, zullen er minder overeenkomsten te ontdekken zijn dan wanneer je grotere tekstfragmenten met elkaar vergelijkt. De vertaling is immers niet gemaakt om naast het origineel gelegd te worden maar om als zelfstandige tekst te functioneren in de doelcultuur. In paragraaf 7.4 lopen dus drie teksten verticaal parallel aan elkaar. Drie teksten die op elkaar lijken, maar toch van elkaar verschillen. Een volgende vertaling zal er onherroepelijk weer heel anders uitzien. Het moge duidelijke zijn dat de vertaler van liedteksten zich met heel veel aspecten tegelijk bezig moet houden: iedere keuze die hij maakt heeft consequenties. Het blijkt echter, dat deze beperkingen het vertalen spannend maken voor de vertaler.
Volgens Seth Gaaikema is vertalen:
“[...] alle mogelijkheden één voor één verwerpen tot je die ene oplossing over houdt. Het is vooral wachten op een vondst. [...] je denkt altijd: misschien ligt er om de hoek iets dat nog leuker is. De kunst blijft toch altijd om iets zo te vertalen dat je zou kunnen denken dat het oorspronkelijk in het Nederlands geschreven is het Nederlands is een mooie taal voor musicals, maar je moet er wel veel moeite voor doen. Het heeft als taal veel klankkleuren, maar het gaat erom dat je de woorden mooi schikt.” (Bliek 1993)
De vertaler moet hoe dan ook...
“[...] continue to approach, nearer and nearer, as near as he can, but, like Tantalus, at some practical point he must say ne plus ultra and sink back down as he considers his work done, if not finished (in all senses of the word),” aldus Gregory Rabassa. (Biguenet 1989: 12)