4.1 MUSICAL
De theatervorm ‘musical’ (afgeleid van ‘musical show’ en ‘musical comedy’) is een mengvorm. Aan de ene kant waren er de komische opera's (van b.v. Gilbert & Sullivan) en operettes (van b.v. Lehár) in Europa en aan de andere kant het vaudevilleamusement in de Verenigde Staten. Hoewel er nog steeds twee hoofdgroepen zijn aan te wijzen, beschouwt men de Amerikaanse en de Europese tak beide als ‘musical’.
De musical in de Verenigde Staten heeft zich altijd geconcentreerd op en rond Broadway, een straat in New York waar veel theaters gevestigd zijn. In Europa voltrok de ontwikkeling zich voornamelijk in een centraal gelegen wijk in Londen, t.w. West End, een buurt die ook wel wordt aangeduid als ‘Theatre Land’.
Toonaangevende musicalschrijvers in Europa zijn op dit moment Sir Andrew Lloyd Webber (Verenigd Koninkrijk) en Claude-Michel Schönberg & Alain Boublil (Frankrijk). In de Verenigde Staten is Stephen Sondheim (na mannen als George & Ira Gershwin, Rodgers & Hammerstein, Cole Porter, Lerner & Loewe en Leonard Bernstein die de musicalwereld vroeger domineerden) de grote vernieuwer op dit gebied. Hoewel Sondheim door kenners bejubeld wordt, heeft het grote Broadwaypubliek nog steeds moeite met de ‘intellectuele’ c.q. zware onderwerpen die hij in zijn musicals gebruikt. Sondheim vindt zichzelf overigens ook een ‘cultfiguur’.
4.2 STEPHEN SONDHEIM
Stephen Sondheim (1930) kwam als kind vaak over de vloer bij de familie Hammerstein. De vader des huizes, Oscar Hammerstein II was een bekend tekstschrijver, die samen met Richard Rodgers o.a. Oklahoma!, Carousel en The Sound of Music heeft geschreven. Sondheim, die behalve door Hammerstein ook door zijn eigen vader regelmatig Broadwayvoorstellingen bezocht, schreef als tiener een eigen musical en ging daarmee naar Hammerstein. Deze wees Sondheim op de zwakke plekken in het stuk en gaf hem vervolgens een vier uur durend ‘college’ over het schrijven van Broadwaymusicals. Hij kreeg ook huiswerk: schrijf drie musicals. Twee bewerkingen van bestaande verhalen en één totaal nieuwe.
Toen hij deze drie opdrachten naar tevredenheid had uitgevoerd, werd Sondheim vrij onverwacht naar voren geschoven als tekstschrijver van West Side Story (op muziek van Leonard Bernstein). De opbrengsten van dit eerste stuk zouden zijn leven lang al genoeg brood op de plank brengen. Sondheim was echter niet tevreden: het was niet (helemaal) zijn musical. Het zou echter nog een paar jaar duren voor hij zowel tekst als muziek voor zijn rekening mocht nemen, maar begin jaren zestig was het dan zover: A Funny Thing Happened On The Way To The Forum, gebaseerd op de komedies van de Romein Plautus. De musical werd een kassucces en wordt nog regelmatig in en buiten de VS opgevoerd, vooral ook op scholen.
In 1964 kwam Sondheim terug met Anyone Can Whistle. Deze show haalde slechts negen voorstellingen en een plaatopname. Het stuk bleek kenmerkend voor de verdere loopbaan van Sondheim: het was zijn tijd ver vooruit (mede door scherpe maatschappijkritiek en humor). En tja ... geen conservatiever publiek dan Broadwaypubliek ...
Zijn verdere musicalproducties (met wisselend succes) waren: Company, Follies, A Little Night Music, Sweeney Todd The Demon Barber Of Fleet Street, Pacific Overtures, Merrily We Roll Along, Sunday In The Park With George, Into The Woods, Assassins en (in 1994) Passion. Verder schreef hij film- en toneelmuziek, losse liedjes voor shows en zelfs complete musicals die nooit geproduceerd zijn. Sondheim's thematiek is sterk uiteenlopend. Elke musical heeft een eigen ‘muzikaal vocabulair’ en bijpassende taal. Zijn voorliefde voor taalpuzzels en pastiche (het teruggrijpen op oude stijlen) blijkt steeds weer uit zijn werk.
4.3 SWEENEY TODD - The Demon Barber of Fleet Street
Sweeney Todd (hierna: Sweeney) is gebaseerd op een toneelbewerking van de Brit Christopher Bond dat teruggrijpt op een negentiende-eeuws Engels melodrama. Evenals bij zijn andere musicals, zocht Sondheim ook hier naar een eigen ‘muzikale taal’. Hij dacht aan de muziek van Bernard Hermann bij oude horrorfilms, vol onopgeloste dissonanten, waardoor het publiek zich onaangenaam gaat voelen. Vervolgens schreef hij een thema dat het publiek moest associëren met ‘angst’. Door de eeuwen heen was dit het Dies Irae. Componisten van Berlioz tot Rachmaninov gebruikten het om de Dag des Oordeels weer te geven.
Sondheim schreef zeer overvloedige, gepassioneerde muziek voor Sweeney en maakte veelvuldig gebruik van ‘underscoring’ (muziek die onder de dialoog doorloopt). De dialoog is daardoor ook vaak gezongen, maar dit houdt niet in dat Sweeney een opera is, ondanks sommige opera-achtige momenten. De klank en stijl is toch voornamelijk die van Broadway.
Sondheim heeft, op enkele dialogen na (geschreven door Hugh Wheeler), ook het libretto geschreven. Na Pacific Overtures, waarbij hij zichzelf veel beperkingen had opgelegd, schreef hij nu rijke, literaire, kleurrijke en zeer creatieve liedteksten. Sweeney ging op 1 maart 1979 in première in New York.
Het verhaal gaat over een barbier die na lange tijd terugkeert naar Londen. Hij wil een kamer huren bij Mrs. Lovett, die hem ontmaskert als de destijds verbannen Benjamin Barker. Barker's vrouw is destijds door een rechter mishandeld en volgens Lovett omgekomen. De dochter van de Barkers, Johanna, leeft nu onder de hoede van diezelfde rechter Turpin. Todd werd veroordeeld tot levenslange verbanning naar Australië, maar keert na vijftien jaar terug en zint op wraak.
De jonge zeeman Anthony wordt verliefd op Johanna en belooft haar te ontvoeren zodat ze kunnen trouwen. Sweeney Todd wil Turpin vermoorden, maar Anthony gooit roet in het eten.
Intussen heeft hij wel een ‘collega’-barbier, ene Pirelli, van kant gemaakt. Pirelli had hem herkend van vroeger. Maar waar laat hij het lijk? Mrs. Lovett heeft de oplossing: de zaken in haar pasteibakkerij lopen slecht, waardoor ze geen geld heeft voor vlees. Opeens verandert de sfeer van de musical in puur kannibalisme.
Sweeney is een thriller-musical. De spannende en verrassende ontknoping zal hier dus niet onthuld worden. De lezer krijgt wellicht al genoeg aanwijzingen uit de tekstfragmenten die volgen.
4.4 DRIE VERTALINGEN
Sweeney werd minstens driemaal vertaald in het Nederlands. Over de oudste vertaling (ooit gebruikt in Alkmaar) was de vertaler zelf ontevreden. De tweede vertaling van Petra van der Eerden werd in 1993 gebruikt door het RotterDansTheater in Rotterdam. Intussen werkte Joop van den Ende Theaterproducties met de derde vertaling van Koen van Dijk. Deze productie trok in het seizoen 1993-1994 door Nederland met Ernst Daniël Smid en Simone Kleinsma in de hoofdrollen. Van Dijk had een eerdere (eigen) versie van de vertaling al jaren in de kast liggen, maar na het succes van de Nederlandse musical Cyrano durfde hij Sweeney weer voor te leggen aan Joop van den Ende. Toen deze akkoord ging, maakte Van Dijk een herziene versie van zijn eigen vertaling. Van Dijk was op de hoogte van de vorige vertalingen en bezocht voorstellingen van beide versies.